Eens zal ik gaan tot waar de Ongeschonden Roos voor eeuwig bloeit,
en schouwen in Haar hart, tot waar de zee van bloed
zwart wordt van diepte: Mysterie, van Zichzelf gedragen,
dat uit Zichzelf geboren wordt.
Ik wil nog eens terugkomen op dit gedicht van Gerard Reve dat hij schreef in 1970 ter gelegenheid van Maria Tenhemelopneming. Toevallig stuitte ik op deze recensie van Jaap Goedegebuure over het dichtwerk van Reve waar ook dit gedicht aan de orde komt. Goedegebuure schrijft over dit gedicht:
Voor de liefhebber is het ook achteraf nog verbijsterend om te moeten vaststellen hoe de ontwikkeling van dit aanvankelijk zo oorspronkelijke dichterschap na een korte periode van bloei is verzand in de flauwe grappen en de stichtelijke bidprentjes. (…) Een voorbeeld van een bidprentje is het vers dat ontstond ter gelegenheid van Maria-Hemelvaart 1970. (Goedegebuure bedoelt hier bovenstaand gedicht) Het euvel schuilt hier in het klakkeloze gebruik van het roomse jargon, waardoor het gedicht onpersoonlijk en verwisselbaar wordt. Het zou net zo goed door pater Schreurs of pater Molkenboer geschreven kunnen zijn.
Aan de gedragen en archaïsche toonzetting van het gedicht ligt het niet. Daarvan heeft Reve nu juist zijn doeltreffendste middel gemaakt. Maar ditmaal komen toon en stijl niet onder de spanning van de minstens zo effectieve, want ironiserende vulgarismen te staan. Bovendien is ‘schouwen’, van oorsprong een term uit de mystiek, hier veel te uitdrukkelijk en te vakmatig gebruikt. Waar Reve in zijn beste poëzie ‘zien’ schrijft als hij niet alleen ‘waarnemen’ maar ook ‘schouwen’ bedoelt, daar wordt hij naderhand eenduidig, en verliest aan kracht. Hij haalt de gelaagdheid van letterlijke en overdrachtelijke betekenis, die maakt dat er meer staat dan er staat, eenvoudig weg, en bederft daarmee het gedicht en uiteindelijk ook zijn dichterschap.
Als ik Jaap Goedegebuure hier goed interpreteer bedoelt hij dat Reve in zijn gedicht te gemakkelijk omspringt met de taal van de mystiek en dat met name het woord ’schouwen’ hier niet op zijn plaats is. Goedegebuure meent, als ik hem goed lees, dat Reve hier het woord ’schouwen’ gebruikt terwijl hij slechts ‘waarnemen’, ‘kijken’ of ‘zien’ bedoelt, waar Reve in zijn eerdere werk juist de neiging had ‘zien’ te schrijven als hij zowel waarnemen als schouwen bedoelde. Met andere woorden: Goedegebuure verdenkt Reve ervan hier ’schouwen’ te gebruiken in de betekenis van ‘zien’ of voor mijn part ‘aandachtig kijken’, oftewel dat Reve hier, nogal bombastisch, een term uit de mystiek met een zeer diepe betekenis gebruikt om slechts iets simpels te zeggen. Ik ben het hiermee niet eens.
Het is nodig eerst te verduidelijken wat dan de mystieke betekenis is van het woord schouwen. Veel mystici hebben over het schouwen geschreven, het is niet mijn bedoeling hiervan een volledig overzicht te geven. Ik wil me concentreren op de betekenis van schouwen die Paulus benadrukt in 2 Korinthiërs 3:18, waar staat: “Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd”. Ik lees dat als: door het ware schouwen zullen wij meer en meer in Hem worden omgevormd.
Mijns inziens zit Jaap Goedegebuure ernaast met zijn lezing van Reves gedicht en bedoelde Reve hier wel degelijk alle betekenissen van schouwen. Wil Reve in het hart van Maria kijken? Uiteraard. Het gedicht vertelt ons echter ook dat het ware, volledige schouwen slechts mogelijk is, wanneer we ons bevinden in Haar hart. We nemen het hart van Maria waar, en zien het voor wat het is, maar eveneens smaken we het ware schouwen vanuit Haar hart.
God werkelijk en volledig schouwen, en tot Hem worden omgevormd, is slechts mogelijk wanneer wij ons in Háár hart bevinden, wanneer wij in Haar zijn. En wie is Zij? Zij is de Kerk. In Haar worden wij tot Hem omgevormd door het wonder dat de Geest bewerkstelligt in de Eucharistie. In de Eucharistie nemen we Christus’ Lichaam tot ons. Zijn Lichaam komt in ons lichaam, voedt ons en Hij wordt in ons ingebouwd.
Niemand kan het duidelijker zeggen dan Jezus zelf in Johannes 6:56 waar staat: “Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem.” Hij blijft in ons, als wij Zijn Lichaam eten. Hij komt in ons en blijft in ons, en wij blijven in Hém. Door het eten van Zijn Lichaam blijven wij in Zijn Lichaam, en de Kerk is het Lichaam van Christus. Wanneer wij leven in volledige communio met de Kerk zijn wij in Haar, in Zijn Lichaam, zijn wij erin ingebouwd, in Hem omgevormd, zijn wij onderdeel van Hem en Hij is onderdeel van ons. Wij krijgen Hem toebedeeld. Wáár gebeurt dit alles? In de Kerk. In Háár hart. Dáár is waar wij schouwen, nu onvolmaakt, eens volmaakt.
[...] 01/02/2010 · Geef een reactie http://permariamadecclesiam.wordpress.com/2010/02/01/schouwen-in-haar-hart/ [...]
Door:Schouwen in haar hart… « Laatste Dag op1 februari , 2010
op09:40
Ik ben geen Christen en dus geen katholiek.
De conclusie die Joop Goedegebuure trekt inzake het gebruik van het woord ‘schouwen’ acht ik riskant en ongepast.
Af en toe schrijf ik een gedicht en heb soms uren nodig om één enkel woord te bedenken, dat heel precies weergeeft wat ik beoog te zeggen.
Dit gedicht is van een verwonderlijke schoonheid en is haast magisch van structuur, zowel inhoudelijk als taalkundig.
Het betreffende woord is met zekerheid zorgvuldig door Reve gekozen, is onvervangbaar en krijgt in de totale samenhang van het gedicht een uitzonderlijke uitdrukkingskracht.
De grote fout van vele critici is, dat ze geneigd zijn de onderlinge verbanden tussen gedichten van een schrijver te beschouwen en daar conclusies aan verbinden, die een specifiek gedicht van die schrijver betreffen. Je kunt wel een conclusie trekken betreffende het karakter van een dichter en de ontwikkelingen die plaats vinden in de loop van de tijd, maar uiteindelijk mag je nooit een losstaand gedicht beoordelen, door dat met zijn vroegere werk te vergelijken.
Door:Otto Foelkel op11 mei , 2010
op01:18